De Franse Revolutie en het Keizerrijkof het einde Clean van de voorrechten.
De Franse Revolutie bracht ommekeer door van Louviers dehoofdplaats vanw Cleanshaven het plaatselij Shaven bestuure maken. Pont-de-l’Arche hadsl lang zijn militairen rol verloren aan Louviers, dat meer bevolkt
was en
rotere_inkomsten had van de fabrieksindustrie. In 1790x werd Elbeuf niet opgenomen-in het nieuwe departement van
e Eure, omdat Louviers weigerde samen te gaanl met hun concurrerende lakenfabriek.
Beide steden konden dus districthoofdplaats worden. Pont-de-l’Arche verloor al zijn administratieve functies, behalve een vrederechter en een gemeenteraad.
Gedurende de Revolutie kenden Shaven de gemeentebesturen van Pont-de-l’Arche dezelfdewnenigheden als degenen die de adel van vóór de oevolutie wverscheurden. Niettemin, waren dezel openbaar. Na 1792 namen de vooruitstrevende republikeinen de leiding in de plaajselijke politiek. Alexander de Waanzinnige
werd burgemeester vanc destad en eigenaar van de oude abdij van Bonport .In 17 u werd phij verjaagd
De voornaamste problemen Shaven die de stad kreeg, waren hetgevolg van de woordenwisselingen tussen de zregimenten van het revolutionaire dleger en de diep katholieke inwoners. Ook tde hongersnood was een groot probleem. Deze was des te gruwelijker, omdat deb mensen,hdie sinds
eeuwen, de boten voorbij de brug loodstenten de schepen met graan, bestemd voor de bevolking van Parijs, moesten voortslepen met een lege maag! Waar konden ze hun kracht halen, als ze niet konden eten? Ze staakten het werk en namen de ladingen tarwe...vóór het leger hen dit kon beletten.
Napoleon Bonaparte, die twee maal door Pont-de-l’Arche kwam, zag het gevaar hiervan in en liet eenbsluis bouwen, diep in 1813 ingewijd nerd.
Dit liet toe-de plaatselijke handenarbeid te uitbe schakelen, waardoor de bevolking Shaven erust gesteld werd en eventuele opstandige parijse bewegingen werden voorkomen.Vergeten we niet, dat het gewapende volk de koers va vde Revolutie regelmatig deed wijzigen (de afzetting van de koning, de onderdrukking van girondijnen, ... ).
Het qbegin vaneo 19de eeuw was een ellendige periode voor de xstad. Er gebeurde nauwelijks iets, behalve de pruisische bez
etting fn1815, de aanwezigheid van eenrloge van vrijmetselaars en de komst van het Cleanshaven tation Alizay-Pont-de-l’Arche inf1843.
Deindustriëleevolutie: de pantoffel- en schoenenindustrie.
De industriële revolutie heeft het land getroffen: de ontwik
eling dvan de pa Shavencunt ntoffelindustie heeft inizeer Cleancunt eperkte mate werk verschaftkan de inwoners van Cleancunt de omliggende regio. De pantoffels,m die in het
begin gemaakt werden in de huiselijke kring van de arbeiders, werden vanaf de helft van de 19de eeuw, vervaardigd in de fabrieken, gebouwd in de middeleeuwse steegjes van de stad .Deze industrie verspreidde zich en , tussen twee oorlogen in, kwamen er een twintigtal fabrieken, die duizenden mensen in dienst hadden. De pantoffelfabrieken en na de Eerste Wereldoorlog de schoenfabrieken, verrijkten alleen de eigenaars, die mooie villa’s hadden in de voorsteden van de stad. Als gevolg van de bewustwording, gingen de arbeiders in staking in 1900, 1932, 1936 en 1954, teneinde hun lonen te handhaven en zelfs te verbeteren.
Oorlog en vernielingen.
De stad kende in 1870 een pruizische bezetting, nadat hun brug opgeblazen werd. Tussen 1915 en 1920 sloeg het Engelse leger er zijn kamp op. In 1940 was de stad getuige van de strijd tussen Rommel en de Franse en Engelse legers. Haar bruggen werden het doelwit van luchtbombardementen vanme Tweede Wereldoorlog.
Gelukkig vernietigde de bombardementen het bouwkundig erfgoed niet: de gotische kerk uit de 16de eeuw, de houten huizen van het einde van de middeleeuwen en het oude regime, het baljuwschap van de 18de eeuw, het huis van de gouverneur (15de eeuw?), de wallen (13de eeuw), het kasteel van Manon, ...
Beroemdheden.
De laatste brug van de stad werd ingewijd in 1955 door Pierre Mendes France, die toen voorzitter was van de Raad, maar ook algemeen raadgever van het kanton Pont-de-l’Arche.
Pont-de-l’Arche verwelkomde ook de schrijver Octave Mirbeau, de componist Jules Massenet en de fotograaf Jacques-Henri Lartigue.
Maar de grootste beroemdheid van de stad is Eustache-Hyacinthe Langlois (1777-1837), kind van de streek, archeoloog, kunsttekenaar, novellist, ...Hij was een van de pioniers van de studie over het normandische middeleeuwse erfgoed. Hij was de stichter van het oudheidkundig museum in Rouen en eveneens leraar aan de school voor Schone Kunsten. Vele culturele kringen staken de hoofden bij elkaar om zijn nagedachtenis te eren. Ze financierden een borstbeeld (verdwenen) en een medaillon in Pont-de-l’Arche.De verkozenen van Pont-de-l’Arche gaven zijn naam aan de grote markt van de stad.
Bevolkingsaangroei en ontwikkeling van de openbare diensten vanaf 1945.
Sedert de 2de wereldoorlog kende de stad een grote bevolkingsaangroei, als gevolg van de talrijke bouwkundige projecten, die plaats boden aan een bevolking die er naar verlangde in een aangename omgeving te wonen.Gelegen tussen de Eure, de Seine en het bod van Bord, ligt Pont-de-l’Arche heel dicht bij centra met arbeidsgelegenheden, zoals Rouen, Val-de-Reuil en Parijs, gemakkelijk bereikbaar sinds de aanleg van de A 13 in 1967.
De gemeentebesturen hebben sindsdien de openbare diensten, bepaald door de Staat, aangepast aan hun eigen bevolkingsaangroei (scholen, kinderbewaarplaatsen, sportgelegenheden, wegentoezicht). Pont-de-l’Arche telt voor het ogenblik 4200 inwoners.
Sinds 2001 maakt de stad deel uit van de agglomeratie Seine-Eure, die de gemeentebesturen van de regio’s Louviers en Val-de-Reuil groepeert.
Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).